Hoe plant ik mijn boom?

U heeft de juiste boom gekozen die geschikt is voor de gegeven standplaats. Nu is het belangrijk deze standplaats goed voor te bereiden en de boom op de correcte manier te planten om de optimale groeiomstandigheden te bekomen.  Wij verduidelijken hieronder stap voor stap hoe u het plantgat voorbereidt, de boom plant en verankert en hoe u omgaat met watergift en de boomspiegel.  

Onderaan deze pagina vindt u ook informatie over bodemverbeteraar, meststoffen en watergeefzak. Bij aankoop van uw boom krijgt u van ons ook technische fiches met alle nodige informatie bij aanplant.

 

De grond in het plantgat dient luchtig te zijn voor een goede doorworteling. De wortels moeten echter ook gestimuleerd worden om in de omliggende bodem verder te groeien. Let op dat er geen storende lagen en abrupte overgangen zijn, werk deze eerst goed los indien aanwezig. Vermijd dat er een nieuwe ondoordringbare laag gemaakt wordt bij het spitten.

De diameter van het plantgat dient 2 à 3 maal groter te zijn dan de kluit. Bij bomen met blote wortel dient het gat minstens groot genoeg te zijn dat de wortels volledig gespreid in het plantgat kunnen liggen. Het plantgat mag niet dieper zijn dan de kluit. Breek de wanden en werk de bodem van het plantgat goed los, zeker bij zware grond is dit nodig om te voorkomen dat de wortels gaan draaien.  De grond in het plantgat dient luchtig te zijn voor een goede doorworteling. De wortels moeten echter ook gestimuleerd worden om in de omliggende bodem verder te groeien. Let op dat er geen storende lagen en abrupte overgangen zijn, werk deze eerst goed los indien aanwezig. Vermijd dat er een nieuwe ondoordringbare laag gemaakt wordt bij het spitten.

De diameter van het plantgat dient 2 à 3 maal groter te zijn dan de kluit. Bij bomen met blote wortel dient het gat minstens groot genoeg te zijn dat de wortels volledig gespreid in het plantgat kunnen liggen. Het plantgat mag niet dieper zijn dan de kluit. Breek de wanden en werk de bodem van het plantgat goed los, zeker bij zware grond is dit nodig om te voorkomen dat de wortels gaan draaien. 

Plantgat

De grond in het plantgat dient luchtig te zijn voor een goede doorworteling. De wortels moeten echter ook gestimuleerd worden om in de omliggende bodem verder te groeien. Let op dat er geen storende lagen en abrupte overgangen zijn, werk deze eerst goed los indien aanwezig. Vermijd dat er een nieuwe ondoordringbare laag gemaakt wordt bij het spitten.

De diameter van het plantgat dient 2 à 3 maal groter te zijn dan de kluit. Bij bomen met blote wortel dient het gat minstens groot genoeg te zijn dat de wortels volledig gespreid in het plantgat kunnen liggen. Het plantgat mag niet dieper zijn dan de kluit. Breek de wanden en werk de bodem van het plantgat goed los, zeker bij zware grond is dit nodig om te voorkomen dat de wortels gaan draaien. 
Bij het plaatsen van de boom in het plantgat dient de wortelhals boven het maaiveld te liggen. Deze is goed zichtbaar door het kleurverschil dat aangeeft hoe diep de boom op de kwekerij stond. De bovenkant van de kluit komt zo gelijk of net boven het maaiveld te liggen. Zo komen de wortels net onder de grond te zitten, de boom zakt immers nog wat na de aanplant. Een te diep geplante boom kan afsterven door zuurstofgebrek of rotten van de wortels. 

De jutte en de draadkorf mogen niet verwijderd worden, deze zorgen voor de broodnodige bescherming van de wortels en vergaan op korte termijn.

Vul het plantgat met een mengeling van de bestaande grond en bodemverbeteraar. Indien er andere grond gebruikt wordt dan de bestaande en dus ook de omliggende grond, dient een deel van de omliggende grond gemengd te worden met de nieuwe grond en de grondverbeteraar. De grond in het plantgat goed aandrukken. Tenslotte kunnen éénmalig bij aanplant meststoffen door de bovenste laag van de bodem gemengd worden. Onze medewerkers kunnen u advies geven over de nodige grondverbeteraar, meststoffen en diens doseringen bij uw aankoop. Bij het plaatsen van de boom in het plantgat dient de wortelhals boven het maaiveld te liggen. Deze is goed zichtbaar door het kleurverschil dat aangeeft hoe diep de boom op de kwekerij stond. De bovenkant van de kluit komt zo gelijk of net boven het maaiveld te liggen. Zo komen de wortels net onder de grond te zitten, de boom zakt immers nog wat na de aanplant. Een te diep geplante boom kan afsterven door zuurstofgebrek of rotten van de wortels. 

De jutte en de draadkorf mogen niet verwijderd worden, deze zorgen voor de broodnodige bescherming van de wortels en vergaan op korte termijn.

Vul het plantgat met een mengeling van de bestaande grond en bodemverbeteraar. Indien er andere grond gebruikt wordt dan de bestaande en dus ook de omliggende grond, dient een deel van de omliggende grond gemengd te worden met de nieuwe grond en de grondverbeteraar. De grond in het plantgat goed aandrukken. Tenslotte kunnen éénmalig bij aanplant meststoffen door de bovenste laag van de bodem gemengd worden. Onze medewerkers kunnen u advies geven over de nodige grondverbeteraar, meststoffen en diens doseringen bij uw aankoop.

Planten van de boom

Bij het plaatsen van de boom in het plantgat dient de wortelhals boven het maaiveld te liggen. Deze is goed zichtbaar door het kleurverschil dat aangeeft hoe diep de boom op de kwekerij stond. De bovenkant van de kluit komt zo gelijk of net boven het maaiveld te liggen. Zo komen de wortels net onder de grond te zitten, de boom zakt immers nog wat na de aanplant. Een te diep geplante boom kan afsterven door zuurstofgebrek of rotten van de wortels.

De jutte en de draadkorf mogen niet verwijderd worden, deze zorgen voor de broodnodige bescherming van de wortels en vergaan op korte termijn.

Vul het plantgat met een mengeling van de bestaande grond en bodemverbeteraar. Indien er andere grond gebruikt wordt dan de bestaande en dus ook de omliggende grond, dient een deel van de omliggende grond gemengd te worden met de nieuwe grond en de grondverbeteraar. De grond in het plantgat goed aandrukken. Tenslotte kunnen éénmalig bij aanplant meststoffen door de bovenste laag van de bodem gemengd worden. Onze medewerkers kunnen u advies geven over de nodige grondverbeteraar, meststoffen en diens doseringen bij uw aankoop.
Plaats verankering aan de boom. De nodige verankering voor uw boom is afhankelijk van de boommaat en de standplaats van de boom. 

Bomen met blote wortel kunnen met  één steunpaal worden verankerd. Deze wordt voldoende diep in de bodem gezet en bevestigd met een rubberen schakelband in 8-vorm. Zo zal de stam geen beschadiging oplopen door wrijving. Om de boompaal stevig in de grond te verankeren kan je best werken met een grondboor.

Bomen met kluit en boommaat tot 40 cm stamomtrek worden best verankerd met 3 boompalen. Deze worden verbonden met dwarslatten om een stevige constructie op te bouwen. De boom wordt met nylon boombanden vastgemaakt. 

Voor nog grotere boommaten kan ook gebruik worden gemaakt van kabelverankering. Onze medewerkers kunnen u hierover adviseren bij uw aankoop.

Bij aankoop van uw boom krijgt u een technische fiche mee die de verankering verduidelijkt. Plaats verankering aan de boom. De nodige verankering voor uw boom is afhankelijk van de boommaat en de standplaats van de boom. 

Bomen met blote wortel kunnen met  één steunpaal worden verankerd. Deze wordt voldoende diep in de bodem gezet en bevestigd met een rubberen schakelband in 8-vorm. Zo zal de stam geen beschadiging oplopen door wrijving. Om de boompaal stevig in de grond te verankeren kan je best werken met een grondboor.

Bomen met kluit en boommaat tot 40 cm stamomtrek worden best verankerd met 3 boompalen. Deze worden verbonden met dwarslatten om een stevige constructie op te bouwen. De boom wordt met nylon boombanden vastgemaakt. 

Voor nog grotere boommaten kan ook gebruik worden gemaakt van kabelverankering. Onze medewerkers kunnen u hierover adviseren bij uw aankoop.

Bij aankoop van uw boom krijgt u een technische fiche mee die de verankering verduidelijkt.

Boomverankering

Plaats verankering aan de boom. De nodige verankering voor uw boom is afhankelijk van de boommaat en de standplaats van de boom.

Bomen met blote wortel kunnen met één steunpaal worden verankerd. Deze wordt voldoende diep in de bodem gezet en bevestigd met een rubberen schakelband in 8-vorm. Zo zal de stam geen beschadiging oplopen door wrijving. Om de boompaal stevig in de grond te verankeren kan je best werken met een grondboor.

Bomen met kluit en boommaat tot 40 cm stamomtrek worden best verankerd met 3 boompalen. Deze worden verbonden met dwarslatten om een stevige constructie op te bouwen. De boom wordt met nylon boombanden vastgemaakt.

Voor nog grotere boommaten kan ook gebruik worden gemaakt van kabelverankering. Onze medewerkers kunnen u hierover adviseren bij uw aankoop.

Bij aankoop van uw boom krijgt u een technische fiche mee die de verankering verduidelijkt.
Watergift in het voorjaar en de zomer na aanplant is zeer belangrijk, vooral het eerste jaar na aanplant. De boom heeft bij het verplanten een deel van zijn wortels verloren, er zijn dus minder wortels beschikbaar voor de wateropname. Daarenboven moet de boom zijn watertoevoer halen uit de beperkte oppervlakte van de kluit. Te veel water kan echter ook leiden tot schade en afsterven van de wortels. 

Hoeveel water nodig is, is afhankelijk van verschillende factoren en kan niet worden veralgemeniseerd. Een wekelijkse controle is hierbij noodzakelijk. De kluit moet vochtig blijven maar niet nat zijn. Wanneer water gegeven wordt moet erover gewaakt worden dat het water niet van de kluit wegstroomt. Hiervoor is het mogelijk te werken met een gietrand, dit is een aarden wal die rondom de kluit wordt gelegd. Een zeer efficiënte methode om water te geven is met behulp van de Treegator® watertas. Deze zorgt voor een langzame geleidelijke watergift waarbij de bodem en de wortels de tijd krijgen om de watergift op te nemen.  Dit vermijdt bovendien eventuele bodemverdichting die wel kan ontstaan bij overvloedige watergift op korte tijd.

Onderaan deze pagina vindt u verdere informatie over de Treegator® watertas. Watergift in het voorjaar en de zomer na aanplant is zeer belangrijk, vooral het eerste jaar na aanplant. De boom heeft bij het verplanten een deel van zijn wortels verloren, er zijn dus minder wortels beschikbaar voor de wateropname. Daarenboven moet de boom zijn watertoevoer halen uit de beperkte oppervlakte van de kluit. Te veel water kan echter ook leiden tot schade en afsterven van de wortels. 

Hoeveel water nodig is, is afhankelijk van verschillende factoren en kan niet worden veralgemeniseerd. Een wekelijkse controle is hierbij noodzakelijk. De kluit moet vochtig blijven maar niet nat zijn. Wanneer water gegeven wordt moet erover gewaakt worden dat het water niet van de kluit wegstroomt. Hiervoor is het mogelijk te werken met een gietrand, dit is een aarden wal die rondom de kluit wordt gelegd. Een zeer efficiënte methode om water te geven is met behulp van de Treegator® watertas. Deze zorgt voor een langzame geleidelijke watergift waarbij de bodem en de wortels de tijd krijgen om de watergift op te nemen.  Dit vermijdt bovendien eventuele bodemverdichting die wel kan ontstaan bij overvloedige watergift op korte tijd.

Onderaan deze pagina vindt u verdere informatie over de Treegator® watertas.

Watergift

Watergift in het voorjaar en de zomer na aanplant is zeer belangrijk, vooral het eerste jaar na aanplant. De boom heeft bij het verplanten een deel van zijn wortels verloren, er zijn dus minder wortels beschikbaar voor de wateropname. Daarenboven moet de boom zijn watertoevoer halen uit de beperkte oppervlakte van de kluit. Te veel water kan echter ook leiden tot schade en afsterven van de wortels.

Hoeveel water nodig is, is afhankelijk van verschillende factoren en kan niet worden veralgemeniseerd. Een wekelijkse controle is hierbij noodzakelijk. De kluit moet vochtig blijven maar niet nat zijn. Wanneer water gegeven wordt moet erover gewaakt worden dat het water niet van de kluit wegstroomt. Hiervoor is het mogelijk te werken met een gietrand, dit is een aarden wal die rondom de kluit wordt gelegd. Een zeer efficiënte methode om water te geven is met behulp van de Treegator® watertas. Deze zorgt voor een langzame geleidelijke watergift waarbij de bodem en de wortels de tijd krijgen om de watergift op te nemen. Dit vermijdt bovendien eventuele bodemverdichting die wel kan ontstaan bij overvloedige watergift op korte tijd.

Onderaan deze pagina vindt u verdere informatie over de Treegator® watertas.
Het overgrote deel van de wortels bevinden zich in de bovenste 20-30cm van de bodem. Dit is zeker het geval voor de haarwortels, die ver strekken en instaan voor het opnemen van water en mineralen. Om deze reden is het zeer belangrijk rondom de stam van de boom een ruime boomspiegel te voorzien. Zaai dus nooit gras tot tegen de stam. Dit is veel te concurrentieel voor water en voedingsstoffen. Houd de boomspiegel ook onkruidvrij. 

De grond mag niet verdicht geraken door bijvoorbeeld betreding of zware regenval. Dit kan de wortelgroei doen stagneren. Zorg voor een goede strooisellaag waar het blad van de boom ter plaatse kan verteren. Dit zorgt voor een goede humuslaag en organische stof in de bodem. Bij de aanplant kan u hiervoor werken met bijvoorbeeld boomschors. Het overgrote deel van de wortels bevinden zich in de bovenste 20-30cm van de bodem. Dit is zeker het geval voor de haarwortels, die ver strekken en instaan voor het opnemen van water en mineralen. Om deze reden is het zeer belangrijk rondom de stam van de boom een ruime boomspiegel te voorzien. Zaai dus nooit gras tot tegen de stam. Dit is veel te concurrentieel voor water en voedingsstoffen. Houd de boomspiegel ook onkruidvrij. 

De grond mag niet verdicht geraken door bijvoorbeeld betreding of zware regenval. Dit kan de wortelgroei doen stagneren. Zorg voor een goede strooisellaag waar het blad van de boom ter plaatse kan verteren. Dit zorgt voor een goede humuslaag en organische stof in de bodem. Bij de aanplant kan u hiervoor werken met bijvoorbeeld boomschors.

Boomspiegel

Het overgrote deel van de wortels bevinden zich in de bovenste 20-30cm van de bodem. Dit is zeker het geval voor de haarwortels, die ver strekken en instaan voor het opnemen van water en mineralen. Om deze reden is het zeer belangrijk rondom de stam van de boom een ruime boomspiegel te voorzien. Zaai dus nooit gras tot tegen de stam. Dit is veel te concurrentieel voor water en voedingsstoffen. Houd de boomspiegel ook onkruidvrij.

De grond mag niet verdicht geraken door bijvoorbeeld betreding of zware regenval. Dit kan de wortelgroei doen stagneren. Zorg voor een goede strooisellaag waar het blad van de boom ter plaatse kan verteren. Dit zorgt voor een goede humuslaag en organische stof in de bodem. Bij de aanplant kan u hiervoor werken met bijvoorbeeld boomschors.